Tegen de namiddag was ik ongelooflijk moe. Zo van die koffie moeheid, vermoeid na het drinken van teveel koffie. Ik had geen problemen om mijn concentratie te behouden, maar ik werkte langzaam en moest me veel bewegen. De meest hatelijke en afleidende beweging is geeuwen. Je moet er je ogen voor sluiten, je uitrekken, je hoofd voor draaien, slikken, vingers kruisen, verzetten op je stoel en tenslotten je haar terug goed leggen. Ik had me dus voorgenomen om me gezapig door de bus te laten meevoeren en vroeg in mijn bed te kruipen.
De problemen begonnen reeds op de bus. Niets is zo hatelijk dan zien hoe mensen lijdzaam toekijken en feiten negeren die recht in hun gezicht gebeuren. (Hoewel het deze keer recht achter hun hoofd gebeurde.) Zaken die gebeuren op een bus kan je moeilijk negeren. En deze keer hadden enkele pubers er niets beters op gevonden dan het noodhamertje te vandaliseren. Eerst eens goed trekken, want die zaken liggen tegenwoordig vast met een stalen draad. Daarna snokken en met hun volle gewicht de draagkracht van de korte draad testen. Uiteindelijk haalde een van de twee een kniptang tevoorschijn (wel ja, dat heb jij toch ook altijd op zak, niet?). Al dit terwijl er iemand naast hen op het bankje zat die heel hard zijn best deed de voering van zijn zetel te controleren.
Toen de tang tevoorschijn kwam, ben ik maar rechtgestaan. Vorige ontmoetingen met jong geweld leerde me dat je best niet te vroeg begint te roepen en stampen. Dus, terwijl ik de kinderen bleef aankijken, kwam ik rustig dichterbij. Het moest duidelijk zijn dat ik voor hen kwam. Ik hoefde dan ook niet veel te doen. Ik zette me naast het hamertje en de kniptang verdween. Er volgden zelfs geen opmerkingen. De kanttekening die ik hierbij wil maken is dat als er dan toch boel van zou gekomen zijn, ik waarschijnlijk niet zou moeten rekenen op de steun van van zetelvoeringonderzoekende busreizigers.
De spanning achter mij latend, stapte ik een tiental minuten later richting de superette. Enkele vrouwelijke studenten versperden het voetpad met hun fietsen en kwamen mijn richting uit. De situatie was nu zo dat er ook geparkeerde auto's stonden en geen van beiden dus makkelijk kon uitwijken. Maar aangezien ze zelf geen aanstalten maakten om mij door te laten kuchte ik en zei pardon waarop de voornste bits antwoorde: "Loop dan op straat he".
Wel ja .. ik denk dat we beiden vermoeid zouden geweest kunnen zijn, maar mij lijkt het toch logisch dat fietsen meer in op straat vertoeven dan op het voetpad wandelende voetgangers. Dit kon ik niet zomaar naast me neerleggen en in een laatste energetische opmerkingenbui probeerde ik haar duidelijk te maken dat:
"Maar wees blij dat ik nog pardon zeg en je daarbij nog de mogelijkheid geef om zelf te beslissen. Het alternatief ware dat ik een bits commando in je richting zou sturen, iets zoals 'uit de weg' waardoor je meer geneigd zou zijn om erop te reageren. Maar vriendelijk als ik ben, geef ik je nog het recht om zelf te beslissen dat je uit de weg moet gaan."
Maar dan met minder woorden. Het zal waarschijnlijk ook wel aan mijn westvlaams accent hebben gelegen dat ik uiteindelijk toch de straat ben overgestoken. Of misschien had ik beter dat hamertje uit de bus genomen om dreigend voor haar te staan? (Om te dreigen haar reflectors kapot te slaan?)








