Ik rek me uit als ik iemand bezig hoor in de keuken. Ze gaan me eindelijk terug eten geven! Oh *smul*.
Het is weer ongelooflijk weer buiten en ik hoop dat ik vandaag misschien wat van dat vliegend lekkers zou kunnen vangen. Of maar niet, ik ben nooit goed geweest in het onthouden van bedoelingen en planningen.
Een wat later word ik in mijn harnasje geperst. Ik snap toch nog altijd niet hoe mijn baasjes zo kunnen foefelen om het mij aan te doen.
Na de interessante tocht over de straat richting het park, wordt er eindelijk een stoel voor me neergezet waar ik in kan soezen.


Allemaal goed en wel, mijn baasjes weten wat goed voor me is, maar zoveel geluiden. Zoveel om naar te kijken. En ja! Vliegend eten! Oh..
Ik kruip wat onder mijn stoel en mjemmeref kruipt er al direct in. Zo?n afpakker. Maar plots komt er iets wit flitsend naar me toe gerend. Een lompe kat? Een hyperkinetische bol van plastic? Hij stinkt! Voor ik het weet ben ik al 2 maal mijn normale grootte en staat mijn linkerpoot bijna in zijn spitse neus. Wat voor hatelijk wezen. Hij komt dichter en probeer uiteindelijk mijn ultieme wapen in te zetten: mijn slechte adem. Ik sis langzaam in zijn richting, maar het beest heeft het met moeite door. Hij speelt en dartelt maar in het rond, maar ik zie wel wat ie doet. Mij krijgt ie nooit te pakken in een laks moment. En zelfs al zakken mijn ogen bijna volledig neer, nog ben ik alerter dan dat beest ooit zou kunnen voorstellen. Hij raakt mijn stoel bijna aan! Flits *poot*

En net als ik hem bijna een overwinning kan afdwingen, komt er een donderbeest van de andere kant. Hij grijpt en bijt in een zak van miorelei. *sis* Ik spring bijna, maar miorelei houdt me tegen, gelukkig maar.
De spanning stijgt ten top en steek meer energie in mijn furie dan in mijn geheugen. Ik word terug wakker op mijn krabpaal, bijna snurkend. Mjemmeref en miorelei waken over me. Dank je voor de mooie dag. Ik schitterde.
Het is weer ongelooflijk weer buiten en ik hoop dat ik vandaag misschien wat van dat vliegend lekkers zou kunnen vangen. Of maar niet, ik ben nooit goed geweest in het onthouden van bedoelingen en planningen.
Een wat later word ik in mijn harnasje geperst. Ik snap toch nog altijd niet hoe mijn baasjes zo kunnen foefelen om het mij aan te doen.
Na de interessante tocht over de straat richting het park, wordt er eindelijk een stoel voor me neergezet waar ik in kan soezen.


Allemaal goed en wel, mijn baasjes weten wat goed voor me is, maar zoveel geluiden. Zoveel om naar te kijken. En ja! Vliegend eten! Oh..
Ik kruip wat onder mijn stoel en mjemmeref kruipt er al direct in. Zo?n afpakker. Maar plots komt er iets wit flitsend naar me toe gerend. Een lompe kat? Een hyperkinetische bol van plastic? Hij stinkt! Voor ik het weet ben ik al 2 maal mijn normale grootte en staat mijn linkerpoot bijna in zijn spitse neus. Wat voor hatelijk wezen. Hij komt dichter en probeer uiteindelijk mijn ultieme wapen in te zetten: mijn slechte adem. Ik sis langzaam in zijn richting, maar het beest heeft het met moeite door. Hij speelt en dartelt maar in het rond, maar ik zie wel wat ie doet. Mij krijgt ie nooit te pakken in een laks moment. En zelfs al zakken mijn ogen bijna volledig neer, nog ben ik alerter dan dat beest ooit zou kunnen voorstellen. Hij raakt mijn stoel bijna aan! Flits *poot*

En net als ik hem bijna een overwinning kan afdwingen, komt er een donderbeest van de andere kant. Hij grijpt en bijt in een zak van miorelei. *sis* Ik spring bijna, maar miorelei houdt me tegen, gelukkig maar.
De spanning stijgt ten top en steek meer energie in mijn furie dan in mijn geheugen. Ik word terug wakker op mijn krabpaal, bijna snurkend. Mjemmeref en miorelei waken over me. Dank je voor de mooie dag. Ik schitterde.











