Gisteren stonden we aan een gesloten deur. Vandaag kwamen we te weten dat de appelier, het vegi restaurant in de Citadellaan te Gent, pas open is vanaf 17u30.
Ook vandaag kwamen we veel te vroeg aan. Met nog een goede 10 minuten te doden, zochten we naar een lekker brood en keerden terug. Ergens hoopte ik dat de deur nog steeds niet zou meegeven en dat we naar de pizzeria zouden gaan. Maar zelfs al was de deur open, ik had nog een boterham met hesp over van deze middag. Stiekem had ik hem al in mijn broekzak gestoken. Je kon nooit weten.
Ik probeerde de deur en deze keer gaf ze wel mee. We kwamen terecht in een hoge gang en volgden wat zenuwachtig de pijlen. Of eerder, ik opende de eerste deur die niet gebaricadeerd was. Het leek wat zonde om plaats te nemen aan de tafel met 4 personen, dus, tegen ons instincten in, plaatsten we ons bij de twee alleen zittende mensen, helemaal vooraan in de eetzaak. Er is nu eenmaal een eerste maal voor alles.
Een menukaart hadden we niet, en gelukkig is deze (voor eens) beperkt. We kozen beiden voor een schotel, hoewel de andere keuze een menu was (= schotel + soep + koffie). De derde keus was een spaghetti.
We zijn het al wat gewoon, maar deze keer werd er niet naar de drank gevraagd. Toen ik het achtergelaten besteletiquet wat beter bestudeerde, kwam ik tot de conclusie dat er ook weinig te drinken valt. En nadat de vrouw schuin achter ons vertrok, bleek ook dat het water waarschijnlijk uit de kraan kwam en dus gratis was. Andere keuzes zijn appel/peren sap, wijn, bier en dat nieuwe vlierbessen drankje.
Restaurants laten je altijd wachten op je eten, dus heb ik in de loop der tijden een ritueel ontwikkeld om de tijd wat te laten passeren. Ik bestudeer de hoekjes, de bedrading, de lichten, waar die heel stille Spaanse muziek vandaan kamt en nog voor ik de stopcontacten heb gevonden, werden onze schotels reeds geserveerd. Uiterst snel en het zag er nog apetijtelijk uit ook.
En dat was het ook. Ik had geen idee dat er zoveel groenten bestonden. Misschien had ik gewoon honger, want ik at ook van de op witloof lijkende stukjes. Die stoere actie werd beloond door het uitblijven van de brakke witloofsmaak, want de groenten leken er blijkbaar enkel op.
Twee bergjes, een van rijst en een van euhm.. bolletjes. En een vegiburger.
Het smaakte.
Eens we buiten waren, moest ik mijn broekzak beschermen van een passerende hond. Ik was de hesp in mijn broekzak totaal vergeten.